Aanvullende zorg

Aanvullende zorg, ook wel complementaire zorg genoemd, kan worden gegeven om klachten te verminderen of om bijwerkingen van medische of vroegefase-onderzoek draaglijker te maken. Deze zorg kan ook thuis worden gegeven. In de palliatieve fase is het ook mogelijk om alleen voor aanvullende zorg te kiezen.  

Voorbeelden aanvullende zorg 

  • fysiotherapie 
  • massage (voet, hoofd, lichaam) 
  • aangepast dieet 
  • voedingssupplementen/vitaminen 
  • homeopathie 
  • aromatherapie 
  • acupressuur (drukpuntenmassage) 
  • hypnose en/of visualisatie 
  • creatieve therapie, muziektherapie of speltherapie 
  • mindfulness 
  • energetische of spirituele behandelingen zoals reiki, magnetisme en healing 

Je kind kan er baat bij hebben 

Van aanvullende zorg is niet altijd wetenschappelijk aangetoond dat het werkt, maar je kind kan er wel baat bij hebben. Sommige behandelingen kunnen voor je kind ook belastend zijn. Denk bijvoorbeeld aan bepaalde diëten. 

Misschien hoop je iets te vinden waarvan je kind nog beter kan worden. Het is goed je te realiseren dat er geen bewijs is dat je kind hierdoor zal genezen. Als het wel zou werken, zou de arts dit weten. En als je iets vindt, is de kans waarschijnlijk heel erg klein dat het gaat helpen. 

Wel of geen aanvullende zorg? 

Als je denkt aan aanvullende zorg kun je jezelf een aantal vragen stellen: 

  • Voor welke klachten van je kind wil je de zorg inzetten? 
  • Welke zorg kan deze klachten mogelijk verminderen? 
  • Is bekend of deze zorg echt werkt? 
  • Is de zorg veilig en zijn er bijwerkingen? 
  • Hoe belastend is de zorg voor je kind? Denk bijvoorbeeld aan bepaalde diëten.

Het is ook goed om te onderzoeken of de aanvullende behandeling wordt vergoed door de zorgverzekeraar.  

Vragen aan jezelf of de arts

Nog meer vragen die kunnen helpen bij het maken van een keuze.

Waar doe je goed aan?

Informatie over wat je tegenkomt bij het maken van behandelkeuzes.

Bespreek het met je arts!

Als je aan aanvullende zorg denkt, bespreek dit dan altijd met je arts. Neem eventueel iemand mee naar het gesprek die dichtbij je staat. Soms heeft aanvullende zorg (negatieve) invloed op behandelingen. Bepaalde kruiden kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat pijnstilling of chemotherapie minder goed werken. Als je bepaalde vragen hebt die je arts niet kan beantwoorden, kun je contact opnemen met het team integrale geneeskunde.