Wisselende gevoelens
Het nieuws dat je kind waarschijnlijk niet meer beter kan worden, kan hevige, sterk wisselende gevoelens oproepen. Dat is normaal in deze niet normale situatie. Je kunt gevoelens hebben als verdriet, boosheid, angst, wanhoop, machteloosheid en ongeloof. Of zelfs opluchting omdat aan een lange periode van onzekerheid een einde komt. Sommige ouders voelen zich schuldig en vragen zich af of ze dit hadden kunnen voorkomen. Het kan ook zijn dat je blij bent en geniet van de lach van je kind of een spelletje samen. Ook kan er hoop zijn, zoals hoop op een goede tijd met elkaar en op zo min mogelijk pijn en klachten voor je kind. Maar het kan ook zijn dat je geschrokken of verdoofd bent en weinig voelt, terwijl het dagelijks leven en de zorg voor je kind gewoon doorgaan.
Iedereen reageert anders
Soms lopen al die gevoelens door elkaar. Ook bij je kind, je partner en brussen. Iedereen reageert op een eigen manier op het intens verdrietige nieuws. Dat hangt af van hoe je in elkaar zit, waar je bent opgegroeid en welke geloofs- of levensovertuiging je hebt of had. Dat jullie verschillend reageren kan moeilijk zijn, maar het helpt als je probeert elkaars verschillen te begrijpen en te accepteren. Medisch maatschappelijk werk kan je daarbij helpen, of iemand uit je omgeving.
Soms dringt het bericht, dat je kind niet meer beter wordt, niet direct door. Sommige ouders beseffen het wel, maar kunnen het niet toelaten. Het voelt alsof ze hun kind dan ‘opgeven’. Ook als je overweegt je kind mee te laten doen aan een vroegefase-onderzoek en daar hoop uit put, kun je het bericht misschien moeilijk toelaten.
Voor andere ouders komt de boodschap niet onverwacht. ‘We hielden hier al vanaf het begin rekening mee’, vertellen zij. Er zijn ouders die zich meteen voorbereiden op wat komen gaat. Ze zoeken informatie, vragen hulp en kijken wat ze alvast kunnen regelen. Weer andere ouders zijn zo lamgeslagen dat ze zich alleen maar afvragen hoe ze hiermee om moeten gaan.
Hoe je ook reageert op het slechte nieuws, blijf vooral goed naar je kind kijken en luisteren. Je krijgt dan vaak de beste aanwijzingen om met de situatie om te gaan
‘Eigenlijk wisten we het al vanaf het begin, maar we hadden het heel ver weggestopt.’