Tips voor praten met je kind(eren)

Voor kinderen zijn ouders altijd een voorbeeld, ook nu. Jouw houding heeft invloed op je kind(eren). Wanneer het lukt met elkaar te praten en alle gevoelens toe te laten, krijgen kinderen ook ruimte om hun gevoel te uiten en eventuele spanning te plaatsen.  

Zoek je eigen taal

Voor sommigen is de dood het einde. Voor anderen is het een onderdeel van een goddelijk plan of de overgang naar een andere wereld of een andere fase.  

Een woord als ‘dood’ kan beladen voelen voor jou als ouder, en misschien is het in je cultuur een woord dat niet gebruikt wordt. Voor kinderen die het verschil tussen leven en dood kennen, is het belangrijk dat ze weten dat ze straks niet meer hier leven. Dan begrijpen ze wat er gaat gebeuren. Vervolgens kun je dan je eigen troostende, beeldende taal gebruiken, zoals ‘je wordt een sterretje’ of ‘je gaat naar de hemel/het paradijs’ of ‘je gaat in ons hart wonen’. Zoek de taal die bij jou en bij je kind past en waardoor je elkaar begrijpt. 

Tegenstrijdige signalen

Soms geven kinderen tegenstrijdige signalen. De ene dag praten ze over wat ze later willen worden, de volgende dag tekenen ze een laddertje naar de hemel met een regenboog. Het is normaal dat dit door elkaar kan lopen. Toch is het de ervaring van veel ouders en zorgverleners dat ernstig zieke kinderen bijna altijd goed weten hoe ze ervoor staan.

Mijn kind praat niet

Kinderen kunnen verschillende redenen hebben om er niet met hun ouders over te praten: 

  • Ze leven, veel meer dan volwassenen, bij de dag en blijven hoop houden. 
  • Ze vinden het moeilijk om erover te praten. 
  • Ze stellen het uit of willen er niet telkens over praten. Omdat ze er gewoon niet aan willen denken. 
  • Ze willen je sparen en vinden het moeilijk jouw verdriet te zien. Dit wordt ook wel de Muur van Liefde of de Wet van de Dubbele Bescherming genoemd. 

Initiatief voor een gesprek

Het is belangrijk dat je als ouder zelf het initiatief blijft nemen voor een gesprek. Op dat moment kunnen kinderen altijd kiezen of ze wel of niet willen praten. Een kind dat geen kans krijgt te praten of vragen te stellen, kan zich van alles in het hoofd halen. Daardoor kan het zich eenzaam en extra bang voelen. Het is daarom het allerbelangrijkste dat je kind weet dat het altijd bij je terecht kan en met je kan praten.  

Soms wachten ouders daarmee te lang, waardoor kinderen kunnen denken dat het niet de bedoeling is erover te praten. Soms wil een kind niet met zijn ouders praten, maar wel met een andere vertrouwde persoon of zorgverlener. Je kunt (samen) iemand zoeken die ruimte en tijd heeft voor een gesprek met je kind(eren) en bij wie jullie een goed gevoel hebben. 

Zie ook: Hoe vertel ik het mijn kind(eren)

Als je kind het gesprek opent

Let ook goed op of je kind zelf een opening geeft. Zo kan het zomaar een losse opmerking maken als: ‘Oma is in de hemel, hè?’ of: ‘De kat van de buren is dood’. Reageer dan rustig en geef geen antwoord, maar stel een open vraag: ‘Hoe komt het dat je aan oma denkt?’ Als er een gesprek(je) ontstaat, vertel dan niet te veel maar stel vragen als: ‘Zijn er dingen waar je je druk om maakt?’, ‘Heb je een idee wat er gaat gebeuren?’ of: ‘Wat wil je weten?’

Moeilijke vragen 

Als je kind vragen over doodgaan stelt en je het moeilijk vindt om te antwoorden, dan kun je zeggen: ‘We weten dat je niet meer beter wordt’ of: ‘De dokter heeft gezegd dat je niet meer beter wordt.’ Het kan zijn dat je kind hierop doorgaat, maar dring niks op. Kinderen die weten dat ze niet meer beter worden, beseffen soms niet dat ze doodgaan. Zij kunnen denken dat ze voor altijd ziek blijven. Dan is soms extra uitleg nodig.  

Kinderen verwachten niet dat je als ouder overal antwoord op hebt. Ze willen vooral betrokken worden en op jou kunnen vertrouwen. Dus het kan kinderen geruststellen als je op hun vraag of ze doodgaan bijvoorbeeld antwoordt: ‘We weten het niet, maar we gaan het navragen. Misschien dat de dokter het ook niet weet. Dat laten we je weten. En als er iets verandert, zullen we het je vertellen.’ 

In stukjes

Vertel rustig en op een eenvoudige manier die aansluit bij de ontwikkeling en leeftijd van je kind. Praten met kinderen gaat vaak in ‘stukjes’. Meestal stellen ze maar één vraag of maken één opmerking. Je zult merken dat een gesprek vaak heel kort duurt. Je kunt altijd tussendoor een controlevraag stellen: ‘Is dit wat je wilde weten? Is het zo voldoende? Of wil je nog meer weten?’ 

Probeer in het gesprek(je) altijd eerlijk en open te zijn. Stop je eigen gevoelens niet weg want je kind voelt aan dat jij verdriet hebt. Praat met elkaar, ook over angst en verdriet. Samen praten en huilen lucht op. 

Zonder praten

Ook zonder te praten kun je bij je kinderen aflezen wat ze beleven. Als je goed kijkt en luistert, merk je dat je kind in zijn manier van doen en in spel, tekeningen, liedjes en verhalen van alles ‘vertelt’.

Een knuffel geven, een arm om een schouder slaan, stil naast elkaar zitten met een muziekje erbij. Allemaal mooie voorbeelden van nabijheid zonder woorden.  Sommige activiteiten kunnen ook helpen om een gesprek op gang te brengen. Samen kleuren bijvoorbeeld, een wandeling maken of naast elkaar in de auto zitten als jullie onderweg zijn.

Brochure over praten met je kind

Wil je weten hoe je het beste kunt praten met je kind(eren) en hoe je je kind(eren) gerust kan stellen? Bekijk of bestel de brochure ‘Praten met je kind(eren), als je kind niet meer beter wordt’, van Vereniging Kinderkanker Nederland.

Boeken

Boeken kunnen je helpen om met je kind te praten. Prentenboeken kunnen heel geschikt zijn, ook voor oudere kinderen, omdat ze tot ieders verbeelding spreken. Er zijn ook verschillende leesboeken verkrijgbaar over doodgaan en rouw. Ook voor brussen.